Lagere school

In de lagere school hebben kinderen een innerlijke drang om de betekenis van de dingen te ontdekken. Het gaat in deze fase (nog) niet om een wetenschappelijke, intellectuele verklaring. Het kind wil deze betekenis met zijn gevoel beleven. Erdoor beroerd worden. Er zich mee vereenzelvigen. Het kind is er pas later aan toe om de wereld in een afstandelijke, logische en intellectuele samenhang te begrijpen. Voor ons is het verzorgen van de gevoelsmatige verbinding van het kind met de wereld belangrijk om te kunnen opgroeien tot gezonde en sociale volwassenen.

In de Steinerpedagogie wordt de leerstof in de eerste plaats gezien als ontwikkelingsstof. De kinderen ontwikkelen zich aan de leerstof. Een kind is geen onbeschreven blad, geen leeg vat dat van buitenaf met kennis moet gevuld worden.

In elke leeftijdsfase is het kind rijp voor een volgende stap in de ontplooiing van zijn vaardigheden. Dit geldt niet alleen voor zijn intellectuele kennis. Het gaat vooral om het ontwikkelen van zijn fysieke, emotionele, en sociale mogelijkheden. In elk leerjaar is de leerstof hieraan aangepast, dit zowel in de reken- en taallessen als in de verhalenstof en de kunstzinnige verwerking ervan. Elk kind ontwikkelt zich daarbij volgens zijn eigen tempo, aard en temperament.
Wanneer de leerstof op een kunstzinnige manier wordt aangereikt, zal elk kind zich op zijn manier aangesproken voelen door wat het in de klas hoort, ziet en doet. Het is de opdracht van de leraar om van de kinderen in zijn of haar klas af te lezen welke inhoud zij nodig hebben.

Na de onderbouw groeien de kinderen door naar de middenbouw (de zevende en de achtste klas) en de bovenbouw (van de negende tot de twaalfde klas).