Kleuterklas

Kleuters leven nog helemaal in de verwondering en daarom willen zij spelen. Ze leren lopen, spreken en denken niet met hun hoofd, maar met hun vingers, hun ogen, hun mond.

De kleuter wil alles nabootsen. De juf of meester is, samen met de ouders, het grote voorbeeld. Het gaat dus niet alleen om de verhaaltjes en de spelletjes die gebracht worden maar om wie je bent als mens. Kleuters letten op alles wat je doet, voelen aan hoe je bent.

Kleuters worden iets na achten door de ouders tot bij de juf of de meester gebracht. Na een persoonlijke groet en handdruk zoekt het kind een plaats. Als alle kleuters er zijn, komt de activiteit op gang: een kringspel, tekenen, schilderen, knutselen of brood bakken, het elfuurtje, een verhaal… Elke dag heeft een vast patroon.

De kleuters blijven meestal drie jaar in dezelfde klas. Elk schooljaar komen er nieuwe kleuters bij terwijl de schoolrijpe kinderen naar de eerste klas gaan. Iedere kleuter beleeft het klasleven dus een keer als één van de jongsten en een keer als één van de oudsten. Dat is anders dan thuis. Door die gemengde samenstelling komen alle kleuters tot hun recht: de groten staan de kleintjes bij, de kleintjes krijgen de kans de grootsten te worden.